Tulpenboom | Liriodendron tulipifera

De Tulpenboom is te vinden schuin links tegenover de ingang en achter het fietsenrek.

 

Op het terrein van Drrroomland (meteen bij binnenkomst links) staat een Tulpenboom. Het schijnt dat kenners voor een blik op deze boom omrijden!

De Tulpenboom wordt doorgaans als sierboom aangeplant, niet alleen om zijn bloemen maar vooral ook om zijn bijzonder gevormde blad dat in het najaar prachtig geel-oranje kleurt. Deze boom behoort tot het snelgroeiende soort en in zijn natuurlijke verspreidingsgebied (Amerika) bereikt de kaarsrechte stam vaak een hoogte van 15 meter voordat hij zich vertakt. De indianen noemen de boom daarom ‘kanohout’, uit één stam kan maar liefst een 20-persoons kano worden vervaardigd! De Amerikaanse term voor het hout is ‘canary whitewood’, het is gelig, zacht en gemakkelijk te bewerken.

Liriodendron is een samensmelting van de Griekse woorden voor Lelie en boom. Vanzelfsprekender zou zijn als de boom geen Tulpenboom maar Lelieboom heet. De wetenschappelijke naam tulipifera betekent letterlijk tulpdragend. Omdat de bloemen op tulpen lijken, maar ook omdat de bladvorm met de recht afgesneden top doet denken aan het silhouet van een tulp, ontstond de volksnaam Tulpenboom. Een naam die nogal eens tot verwarring leidt, omdat ook de magnolia soms zo wordt genoemd. De enige echte Tulpenboom is echter de Liriodendron. Beide bomen behoren wel tot dezelfde familie: Magnoliaceae.

De in de herfst geel verkleurende bladeren van de Tulpenboom, die wel 20 cm lang en breed kunnen worden, zijn net zo beweeglijk als die van de populier. Ook de bast van de kenmerkende, diep gegroefde stam heeft wel iets van een populier. De Amerikanen spreken dan ook van ‘Tulip-poplar’ of ‘Yellow-poplar’. Opvallend is dat aan een en dezelfde boom bladeren kunnen voorkomen met sterk uiteenlopende bladvormen, een natuurlijke eigenschap van de Liriodendron.

De Tulpenboom bloeit pas na twintig jaar ouderdom. Het lange wachten wordt beloond met prachtige ‘tulpen’ die bestaan uit negen lichtgroen/gele bloembladen met een zacht oranje streep op de voet. De bloemen staan solitair aan het uiteinde van de takken. Ze verschijnen in juni-juli nadat het blad is uitgelopen. Na de bloei vormt zich een rechtopstaande, 6-8 cm lange kegelvormige vrucht, die is opgebouwd uit veel spiraalsgewijs tegen elkaar gedrukte tongvormige gevleugelde vruchtjes.

De Tulpenboom kan in Amerika een hoogte van vijftig meter bereiken. In Nederland wordt hij meestal niet hoger dan dertig meter. In het landelijk Register van Monumentale Bomen staan ruim honderd Tulpenbomen vermeld. Het merendeel groeit bij ons op landgoederen of buitenplaatsen. Door de verzamelwoede van botanici en hun welgestelde opdrachtgevers is de boom halverwege de 17de eeuw naar Europa gebracht. Daardoor staan de oudste exemplaren vaak in het park van een kasteel of een paleis.

De Tulpenboom is een langlevende boomsoort. In de Hortus Leiden staat een Tulpenboom die in 1682 is geplant. Achterin de tuin van Paleis ‘t Loo in Apeldoorn staat een boom uit 1806 met een stamomtrek van 5.80 meter. In het Arnhemse Angerenstein staat een Tulpenboom die misschien wel de hoogste van Nederland is: 40 meter (gemeten in 2006) met een forse stamomtrek van 530 cm. Hij is waarschijnlijk rond 1835 geplant.

Bron: http://www.bomenoverleven.nl/tulpenboom.html

 

Lees hier het verhaal dat Wilma de Jong maakte over de Tulpenboom: De sage van de Tulpenboom

 

 

Comments are closed.